Peter Mathijs Hubertus Curvers 1846-1924 (aangepast)

Peter Mathijs Hubertus Curvers (VIIe), (Zoon van Hendrik Curvers (VIb) en Maria Catharina Donders.) Geboren 22 juli 1846 te Neeritter, overleden op 10 mei 1924 te Ittervoort in de leeftijd van 87 jaar. Gehuwd in 1874 met Elisabeth Helwegen (20 februari 1838 – 22 oktober 1915). Uit dit huwelijk worden zes kinderen geboren.

Door een ambtelijke vergissing is de geboorte datum van Elisabeth foutief. Er is op 20 februari 1838 inderdaad ene Elisabeth Helwegen geboren, zij leefde 5 uur en overleed de zelfde dag. “Onze” Elisabeth is geboren als Elisabeth Hubertina Helwegen en wel op 24 mei 1842. In de huwelijksakte zijn dus de gegevens overgenomen van de eerder gestorven zus. Op het moment van huwelijk zijn de ouders van Elisabeth al overleden en de bruid kon waarschijnlijk lezen noch schrijven en zo bleef dit abuis onopgemerkt.[1]

Peter is van beroep landbouwer. Hij verhuist 17 mei 1863 naar Hunsel. Vandaar op 17 april 1869 naar Heel. Vervolgens wordt hij weer ingeschreven in Neeritter na een verblijf in Ameren (Brd) [2].

Zijn beroep in 1879 is daghuurder, in 1881 herbergier. In de overlijdensakte wordt hij weer aangeduid als landbouwer.

Van zoon Josephus Hubertus, geboren 27 juli 1897, zijn buiten het geboorteregister (nog) geen aanvullende gegevens beschikbaar. Volgens overlevering zou het een losbandig persoon zijn waarvan de rest van de familie sedert jaar en dag niets meer gehoord heeft tot hij plots een keer met Hunselse kermis opduikt in Cafe de Smeet. Hij zou op de grote vaart zitten [3].

We komen Josephus weer tegen in het bevolkingsregister van Rotterdam. Daar wordt hij geregistreerd, komende van Tegelen op 16 oktober 1919, van beroep waker. Hij verblijft er op verschillende plaatsen; bij het Leger des Heils aan de Schiedamsedijk 47, vanaf 5 december 1919 inwonend aan de Delftschevaart 81, 26 juni 1920 inwonend aan de Groote Draaisteeg 16 en 16 augustus 1922 wederom bij het Leger des Heils aan de Scheidamsedijk 47. Op 12 juli 1923 wordt hij uitgeschreven met de vermelding:”vertrokken niet bekend waarheen.” 

In 1930 keert hij weer terug in Rotterdam en wel in Logement het Blauwe Kruis, aan de nieuwe Haven 85. Hij is dan venter, echter zonder beroep. Vanaf 23 mei 1931 inwonend aan de Gedempte Botersloot 102, vanaf 13 februari 1933 in het tehuis voor daklozen aan de Boschhoek 7, vanaf 3 augustus 1933 inwonend aan de St Laurensstraat 89B, vanaf 30 september 1933 inwonend aan de Weste Waagstraat 56b. De laatste inschrijving dateert van 11 december 1933 wanneer hij inwoont aan de Leuvehaven 10b. Als beroep wordt dan opgegeven varensgezel grote vaart. 

Vervolgens verliezen we zijn spoor weer.

 

<< terug 



[1] Met dank aan Wim Ramakers voor het spitwerk.

[2] GAR AvGN, Register der ingezetenen 1861/1869, blz.158.

[3] Harie Curvers (IXg) in een vraaggesprek op 6 mei 1986